Niet van God verlaten


De hitte van de dag is samengebald in de kleine kerk. Het verhindert het publiek niet om het concert te bezoeken. Shtatet Fjalet e Fundit te Krishtit ne Kryq – De zeven laatste woorden van Christus aan het kruis, van Haydn. Het strijkkwartet legt de laatste hand aan de voorbereidingen, mensen lopen heen en weer, camera’s worden geïnstalleerd. Een viool zet in en vult het kerkje. Langzaamaan verdwijnt voor mij de omgeving met wapperende waaiers en programmablaadjes, gepraat en geloop, en is er alleen nog de muziek, de woorden en de ochtend in de gevangenis. Als de tanden van een rits voegen ze ineen.

Vader, vergeef hen, want ze weten niet wat ze doen. Die ochtend waren we in de gevangenis voor mensen met psychische of psychiatrische aandoeningen. In Nederland zouden ze ‘niet-toerekeningsvatbaar’ heten. Ze slijten hun leven in kaal beton en achter verroest prikkeldraad. Vanwege hun delict en vanwege het feit dat de gevangenis zeer moeilijk te bereiken is over een bijna niet begaanbare weg, krijgen de meeste van deze mannen nooit bezoek. De meesten zullen ook zelf de buitenwereld niet meer zien. Waar zouden ze heen moeten? Deze plek staat gelijk aan levenslang. Zonder therapie of begeleiding, gewoon opgepropt in beschimmelde cellen of leunend tegen het gaas van de luchtplaats. Zouden ze geweten hebben wat ze deden? Toen ze de moord pleegden, geweld gebruikten, slachtoffers maakten? Zouden ze weten van vergeving? Wie bidt voor ze?

Heden zul je met Mij in het paradijs zijn. Ik geloof in mijn hart dat Jezus de Zoon van God is, zei de man vanmorgen. Ik heb het aan God gevraagd, Hij zorgt voor me. Op zo’n plaats als hier kun je niet overleven maar toch zorgt Hij voor me. Al de 17 jaren die ik hier al zit en tot aan mijn dood.

Vrouw, zie uw zoon, zoon, zie je moeder. Het overgrote deel van de gevangenen ziet alleen medegevangenen en personeel. Ik had mijn ouders meegenomen. Ik had niet verwacht dat ze met zoveel respect behandeld zouden worden. De gevangenen stootten elkaar aan: Dat zijn de ouders van Esther. Iedereen liep naar ze toe om ze te groeten en handen te schudden. Ze vertelden dat ze welkom waren en bedankten ze dat ze gekomen waren om hen op te zoeken. Niet dat mijn ouders het verstonden, maar handen geven en armen om schouders en wederzijdse vriendelijkheid heeft geen woorden nodig.

Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten? De muziek begint traag en laag, maar de vraag wordt prangender. De vraagtekens luider of zachter langs de snaren. Waarom? Waarom van U verlaten? Vanmorgen waren we op een verlaten plek, maar niet van God verlaten. Hij brengt Zijn licht ook in deze donkerheid, een kerk in de kerker. Met ontroering en dankbaarheid kwam de zin in me op “Hij verlaten, opdat ik nimmermeer van God verlaten zal zijn”. De verlatenheid is al gedragen, God is nabij.

Mij dorst. De gevangenispastor had besloten dat we niet alleen voor de cursisten frisdrank zouden meenemen, maar voor de hele gevangenis. Het zandpad van de poort tot aan de binnenpoort leek wel een woestijn, met zoveel zware flessen drinken en de brandende zon boven ons. We zochten een klein schaduwplekje op toen onze paspoorten werden gecontroleerd. Maar hoeveel betekent een plastic bekertje lauwe prik voor een gevangene? Omdat het uitdelen in de cellengangen een gedrang werd, moesten we de bekertjes klaarzetten in een klein lokaaltje en werden de cellen één voor één geopend om de mannen bij ons drinken te komen laten halen. Ik stond in te schenken, buiten zicht, mijn ouders stonden in de deuropening in de smalle donkere gang uit te delen. Honderdvijftig paar sloffende voeten, gemompel, gelach, gepraat, gezwijg, soms geschreeuw. Ik zag alleen de ruggen van mijn ouders, en hoorde hun hartelijkheid voor ieder die ze een bekertje gaven.

Het is volbracht. Hoe is dit in muziek te vatten? Hoe is het überhaupt te vatten? Het Godswonder krijgt klanken, maar krijgt ook handen en voeten en woorden. Het is volbracht, om vrijheid uit te roepen voor gevangenen, achter welke tralies ook. De muziek golft weg naar de houten binten, de koepel in.

In Uw handen, Vader, beveel Ik Mijn geest.

Amen.

Ik keer terug naar het rumoer van het publiek. Sommigen begroeten elkaar hartelijk, gekwebbel vult de ruimte. Langzaamaan zoekt iedereen verkoeling in de buitenlucht. Geen slot of tralie houdt ons tegen.

 

Esther Klaassen is onze nieuwe Directing Manager uit Nederland die sinds juni 2017 voor de stichting Shkbsh Prison Fellowship Albania werkt.
Op haar eigen blog dedikim.nl schrijft ze af en toe haar bevindingen, welke zeer de moeite zijn van het lezen.



Niet van God verlaten
Getagd op:                
Print Friendly, PDF & Email

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.